Onderwijsmagazine

Hello Anne Louise van der Meiden

Wie ben je, wat doe je?
‘Ik ben Anne Louise van der Meiden, 28 jaar en samen met mijn dochter Sara-Lynn van 7 woon ik in de wijk Assendorp in Zwolle. Na het mbo heb ik eerst de hbo-opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening gedaan en vervolgens Omgangskunde. Ik geef nu onder meer het vak Ontwikkelingspsychologie aan studenten Verpleegkunde bij Landstede MBO in Zwolle. Dit is mijn tweede jaar. Daarnaast volg ik een studie Psychologie aan de Open Universiteit. Die extra input is prettig voor een vakdocent, maar het is vooral uit interesse. Ik heb iets met dat vak.

Ik doe aan kickboksen en dan vooral vanwege de work out. De sport zelf interesseert me niet echt; ik zal er nooit naar gaan kijken. Daarnaast fiets ik regelmatig met mijn vader en zusje. Doen we een rondje op de racefiets. Fotografie vind ik ook leuk, maar daar moet ik weer meer tijd voor maken. Ik ben ooit met een vriendin op safari geweest in Kenia. Toen liet ik die camera geen seconde met rust. Heerlijk vind ik dat.

Ik ben in Ede geboren en woon sinds mijn zesde in Zwolle. Ik heb twee zusjes en we zijn heel open naar elkaar. Echt zo’n gezellig spelletjesgezin, al vinden we het net zo prettig om daarna weer op onszelf te zijn. We doen of deden trouwens allemaal iets in de hulpverlening. Dat is wel opvallend: we willen er zijn voor de ander.

Ja, ik heb veel steun gehad van mijn familie. Het is niet dat we elkaar om de vijf minuten vertellen hoe we ons voelen, maar als er iets speelt dan gaan we gemakkelijk de diepte in. Dat psychologentrekje hebben we allemaal. Mijn jongste zusje zei altijd: “Jongens, één ding, ik ga nóóit psychologie studeren.” En wat denk je? Ja, grappig toch? Het zit er blijkbaar in…’

Hoe was je zelf als leerling?
‘Ik zat op de havo en was een echte puber. Weinig gemotiveerd, slechte cijfers. Ik moest uiteindelijk naar het vmbo, maar deed nog altijd weinig aan school. Met vrienden zat ik veel in de kroeg. Of thuis, muziek te luisteren. Gewoon, gezellig kletsen en heel veel lachen. Vaak over jongens. Dat sociale hield mij de meer bezig dan de lessen.

Je had het OLC op school; het open leercentrum. Daar moest je zelfstandig aan het werk. Als je op tijd klaar was, kon je eerder naar huis. Was het niet gelukt met je taken, dan moest je op vrijdag langer blijven. Nou ja, dat was niet zo handige opzet. Want ik deed de hele week niets en haalde de achterstand op vrijdag in. En daarna ging ik alsnog richting de kroeg. Hahaha. Tja.

Pas op het mbo ging het balletje rollen en merkte ik dat er meer in mij zat. Maar die echte interesse en inzet volgde op het hbo. Toen vond ik opeens alles leuk en interessant. Achteraf gezien moest ik gewoon even uitpuberen. Je bent alleen wel wat langer bezig.’

Waarom koos je voor het onderwijs?
‘Door de studie Omgangskunde kreeg ik meer inzicht in het gedrag van mensen. Dus; hoe communiceren we, hoe gaan we met gevoelens om, hoe kijken we naar onszelf, hoe maken we onze keuzes. Dat boeit mij mateloos. Tijdens de opleiding liep ik stage in het onderwijs en daar kwam dat gedrag ook weer aan de orde. Lesgeven beviel mij heel goed en zo is dat gegroeid.

Ik ben een mensenmens; ik geloof dat alles begint bij een goede relatie. Ik houd ook van diversiteit. Verschillende studenten, verschillende gesprekken; zij houden mij scherp. Het is voor mij een leuke uitdaging om steeds weer nieuwe, creatieve werkvormen te vinden. En ik houd ervan als studenten moeilijke vragen stellen. Dan ga ik nadenken en puzzelen – daar haal ik veel plezier uit.’

Wat is ervoor nodig om dit eerste jaar te laten slagen?
‘Het is mijn tweede jaar en ik wil nog meer sparren met collega’s. Het is mijn valkuil dat ik alles liever zelf wil uitzoeken en oplossen. Maar dat gaat niet. Ik heb een maatje en zij helpt mij de eerste twee jaar. Bij haar kan ik alle vragen kwijt en dat maakt al zo’n verschil!

Tijdens coachlessen heb ik ook weleens verteld over mijn eigen schooltijd. Ik ben niet altijd een voorbeeldstudent geweest en kan mij best in sommige situaties verplaatsen. Misschien werd ik vroeger op school te vrij gelaten. Docenten hadden ook tegen mij kunnen zeggen: dit werkt niet, we gaan iets anders inzetten. Voor mij is persoonlijk contact heel belangrijk. Dat je aan een student vraagt: wat vind jíj dan leuk, hoe kunnen we het beter inrichten?’

Wat wil je dolgraag leren van ervaren docenten?
‘De groep is soms zo groot, dat het lastig is om het onderwijsaanbod te differentiëren. Op zo’n moment zou ik wel iets meer ervaring willen hebben. Dat je trucjes kent die je kunt toepassen. Het is gewoon een kwestie van tijd. En ik vind het niet erg om te zeggen: ik moet dingen ook nog leren.

Ik blijf graag lang aan het woord tijdens een les. Allemaal vanuit enthousiasme, maar toch… Studenten geven dat in de feedback ook aan mij terug. Gezellig, maar niet de hele tijd praten. Dus daar houd ik rekening mee. Ik kan ook stellig zijn. Zo van: die opdracht móet af, links- of rechtsom. Ik vind dat je afspraken moet nakomen, dus dat stukje breng ik hen graag bij. Maar overall? Ik denk dat ze mij wel aardig vinden.’

Wat kunnen docenten misschien van jou afkijken?
‘Tijdens mijn studie heb ik allerlei digitale tools leren kennen die oudere docenten niet meekregen tijdens hun opleiding - dat zat toen nog niet in het lessenpakket. Dus die kennis deel ik graag. Zo’n app als de Mentimeter, bijvoorbeeld. Da’s een prima middel voor interactie tijdens de les. Of neem Thinglink. Daar kan je een foto of video mee maken in 360 graden-perspectief. Je zou het goed kunnen gebruiken om een leslokaal met hulpmiddelen op de foto te zetten; heel handig bij een online les.’

Wat doe je allemaal om ‘een beetje fris’ te blijven?
‘Ik vraag ook aan studenten welke lesinvulling leuk zou zijn. Zo kom je op nieuwe ideeën. En een tijdje geleden ben ik naar een congres geweest over neuropsychologie. Dat ging onder meer over de relatie tussen muziek en onze hersenen. Die weetjes gebruik ik in mijn les. Ook schuif ik regelmatig aan bij een netwerkbijeenkomst – dan krijg je voeding uit verschillende richtingen.’

Welke hobby of passie komt jou als docent goed van pas?
‘Ik wil graag van betekenis zijn. Ondersteunen, motiveren, stimuleren: een ander helpen past bij mij en geeft mij energie. Dat probeer ik ook over te brengen op studenten. Het zit niet altijd in het grote gebaar. Je kan ook in kleine dingen verschil maken.’

Wat zou je schrijven in een brief aan de minister van onderwijs?
‘Ik zou het belang van passend onderwijs willen onderschrijven. Daar moeten we tijd voor blijven vrijmaken en goed het oog op houden . Door de grote klassen en de druk op het onderwijs is dat lastig. Landstede MBO heeft ook een eigen studiecentrum. Net dat ene beetje hulp of die andere aanpak kan veel bijdragen. Ik vind die aandacht voor elkaar heel essentieel. Je moet voorkomen dat iemand uit beeld raakt. Als je in gesprek blijft, kan je soms ook doorverwijzen naar andere hulp. Daarin hebben we op school een belangrijke taak.’

Wat vond je prettig aan deze coronaperiode?
‘We zijn een stuk verder gekomen met het digitaal onderwijs en dat heeft ook op langere termijn voordelen. Ik gaf bijvoorbeeld voor het eerst een online toets waarbij de uitslag direct in beeld verscheen. Ik dacht: wauw, dat scheelt heel veel nakijkwerk.’

Wat is je lijfspreuk?
‘Blijf het goede zien in mensen. Zoek naar iemands kwaliteit. Even in het algemeen: we zijn geneigd om op lastig gedrag zelf ook vervelend te reageren. Maar het is de kunst om in een gesprek de focus te verleggen naar iets positiefs. Eerst benoemen wat er goed is gegaan en daarna kijken waarin iemand nog kan groeien.

Misschien had ik dat als puber ook wel willen horen. Zo van: het komt wel goed Anne Louise. Want het heeft moeite gekost, maar het is wel gelukt. Ja, kijk vooral naar oplossingen en kwaliteiten. Daar geloof ik in.’