Onderwijsmagazine

Hello Anke van Vliet

Wie ben je, wat doe je?
‘Ik ben Anke van Vliet, 37 jaar en ik werk als opleidingsadviseur bij Landstede Groei Opleidingen. We zijn in januari officieel gestart en bieden nascholing en training aan zo’n beetje alle sectoren. Ja, echt vanuit het idee van ‘een leven lang ontwikkelen’. Ons team telt achttien collega’s. We komen allemaal uit verschillende disciplines. Het bedrijfsleven vraagt maatwerk, dus we zijn heel flexibel. Landstede Groei Opleidingen ligt trouwens goed in de markt. We zijn een gedegen opleider, maar ook innovatief en wendbaar. Dat spreekt klanten aan.

Voorheen werkte ik bij welzijnsorganisatie Travers. Da’s een iets andere wereld. Welzijnswerkers zijn vaak wat ingetogen en een tikkeltje serieus. Ha, nee, daarmee zeg ik geen kwaad woord over mijn oude werk. Ik heb ‘t jarenlang met veel plezier gedaan. Maar toch… Ik heb energie voor twee, dus ik moest mij soms wel wat inhouden.

Ik ben getrouwd met Rens Jan en we zijn al zestien jaar samen. We hebben drie kinderen; Pepijn van 7, Julia van 5 en Benjamin is 1,5. Ik zeg vaak: ik ben een leukere moeder als ik werk. Door die combinatie is de balans beter. Tegen mijn kinderen zeg ik ook: probeer straks je eigen broek op te houden. Ja, blijf je ontwikkelen en zorg voor voldoende uitdaging.

We wonen in Berkum, aan de rand van Zwolle. De kinderen kunnen daar slootje springen, door weilanden rennen, het bos in… Ik ben zelf opgegroeid in het dorpje Haarle waar ik ook vaak buiten speelde. Dat gun ik hen ook. Mijn man werkte indertijd in Amsterdam. We hebben nog gedacht aan verhuizen richting Randstad. Gelukkig zijn we gebleven. Okay, we moeten iets verder fietsen naar school. Maar verder is alles in de buurt en je woont toch landelijk.

Ik ben een bourgondisch type. Ja, op zijn tijd een wijntje en gezelligheid. Maar ter compensatie sport ik veel. Vooral hardlopen, tennis en bootcamp. Verder heb ik nauwelijks hobby’s. Met werk, gezin, familie en vrienden zit de agenda eigenlijk al vol. Ik ben gauw tevreden en totaal niet materialistisch. Mijn kinderen dragen gewoon kleding uit de uitruilzak en voor mezelf ben ik ook heel gemakkelijk: als het past, is het prima. Uh, nee, ik zie er niet uit als een zwerver...’

Hoe was je zelf als leerling?
‘Behoorlijk punctueel. Ik werkte alles nauwgezet af. Had ik een toetsweek, dan hield ik met markers bij hoever ik was. Vooral om mijzelf wat aan te sturen. Ik kon niet goed samen leren met anderen. Ik sloot mijzelf op in mijn kamertje, deed muziek aan en dan moest het gebeuren. Nee, ik ben geen streber. Een 6 of 7 was genoeg. Ik deed precies wat nodig was.

Ik heb op Landstede MBO in Raalte de opleiding Onderwijsassistent gedaan. Nu zit ik met dezelfde docenten om tafel om een opleidingstraject samen te stellen. Ja, grappig. Na het mbo deed ik Sociaal Pedagogische Hulpverlening op het hbo. Maar ik zag mezelf niet voor de groep staan; daar ben ik te ongeduldig voor. Ik zocht naar iets projectmatigs, maar wel met een sociale component. Binnen drie jaar haalde ik SPH en daarna deed ik de hbo-opleiding Personeel en Arbeid. Ik was 24 toen ik van school ging. Eigenlijk had ik er nóg wel een studie aan vast willen plakken, maar het werd tijd om geld te verdienen.’

Waarom koos je voor het onderwijs?
‘Via Travers had ik regelmatig contact met Landstede. Zo kwam die vacature op mijn pad. Ik vind het een geweldige baan. Ik heb intensieve gesprekken met klanten om te begrijpen waar hun behoefte zit, maar ik help ook mee om binnen Landstede die opleiding samen te stellen. Dat veelzijdige spreekt mij aan.  

De ontwikkelingen gaan snel. Je moet opleidingen continu aanpassen. Ook met oog op personeelsbeleid. Want hoe houd je medewerkers tevreden, hoe stimuleer je collega’s tot bijscholing?  Ik ben echt iemand van de relatie. Vaak hoor ik dat ik een warme persoonlijkheid heb. Dat zit in die echte interesse. Ik ga gemakkelijk de diepte in en denk graag mee. Voor een vraag of idee mag een klant mij altijd bellen. Ja, ook buiten kantooruren… Na schooltijd houdt de wereld niet op hè.


Wat is ervoor nodig om dit eerste jaar te laten slagen?
‘We draaien nu ons eerste jaar en zijn niet opgezet om winst te maken. Toch willen we graag onze eigen broek ophouden. Dat is een eerste doel. Daarnaast hoop ik dat we als team groeien, omdat je elkaar beter gaat vinden. Dat geldt voor alle locaties; je wilt weten bij wie je terecht kan. Ik ben het aanspreekpunt voor onze klanten en dat ligt mij goed. Ik leerde klantgericht werken in mijn tijd bij Randstad. Daar moest je veel trainingen en cursussen volgen. Ja, doorvragen, samenvatten; het is er goed ingeramd.’

 

 

Wat wil je dolgraag leren van ervaren docenten?
‘O, dat is heel veel. Alles rondom kwaliteitseisen, bijvoorbeeld. Gelukkig heb ik geweldige docenten als naaste collega. Ik mag hen continu bevragen. Zo heeft Jan Nijhuis, onze directeur, het team ook samengesteld. We hebben allemaal een eigen specialisme. In mijn vorige baan had ik meer de rol van kartrekker. Dat was ook leuk, maar kostte veel energie. In dit geval enthousiasmeer je elkaar. Die drive is voor mij heel belangrijk. Daarbij heb ik het geluk dat ik snel nieuwe dingen leer. Geef me een tijdje en ik ben helemaal bij.’

Wat kunnen zij misschien van jou afkijken?
‘Misschien dat plannen en organiseren. Ik begin de dag altijd met een overzicht van wat ik wil doen. Ja, een lijstje. En die taken vink ik gaandeweg de dag af. Zoals ik op school vroeger met kleurtjes werkte. Sterker nog: ik had ook maand- en jaarplanningen. Het is de kunst om ’t realistisch te houden. Daar ben ik wel goed in.’

Wat doe je allemaal om ‘een beetje fris’ te blijven?
‘Als jonge moeder kwam ik niet toe aan een cursus of training. Dan moet je zoveel ballen in de lucht houden, daar had ik niet zo’n trek in. Maar door van baan te wisselen, blijf je wel voortdurend in beweging. Ja, nieuwe prikkels, nieuwe energie. Maar niet altijd hoor. Soms houd ik de agenda bewust leeg. Gewoon eens een dagje helemaal niets. Thuis trekken we dan allemaal een makkelijke broek aan; zo noemen we dat. En dan gewoon een beetje hangen, rommelen en relaxen. Heerlijk.’

Welke hobby of passie komt jou als docent goed van pas?
‘Sinds enige tijd zit ik in het bestuur van Trotse Muren. Dat is een damesclub die zich inzet voor hoogwaardige kunst op plekken die wel wat inspiratie kunnen gebruiken. Daardoor ontmoet ik nieuwe mensen en doe ik ook weer andere kennis op. Ik ben wel een kunstliefhebber, maar ik heb niet zoveel feitenkennis. Bij die club zit een kunstenares die overal is geweest en prachtig kan vertellen. Dat vind ik net zo goed ontwikkeling: het is leuk en ik leer ervan.’

Wat zou je schrijven in een brief aan de minister van onderwijs?
‘Ik vind dat de minister haast moet maken met het toekennen van persoonlijke budgetten om jezelf te ontwikkelen. Er wordt veel verwezen naar de toekomst; het mbo in 2030. Maar die transitie naar ‘een leven lang ontwikkelen’ moet nog veel sneller. Ja, voor iedereen een persoonlijk budget van duizend euro. En dan geen haken en ogen: gewoon zo laagdrempelig mogelijk. Waarom zou iemand van dat geld geen wijncursus kunnen volgen? Ook daar leer je van en ook zoiets kan je triggeren om jezelf te ontplooien. Maak subsidies en regelingen dus niet ingewikkelder dan nodig.

Wat vind je prettig aan deze coronaperiode?
‘Veel mensen genieten van die extra vrije tijd; de weekenden zonder allerlei afspraken en verplichtingen. Ook wij merken dat. Het maakt mij er – opnieuw - van bewust dat je veel kunt laten vallen. We zijn nu gedwongen om nee te zeggen, maar ik vind dat niet zo erg.’

Wat is je lijfspreuk?
‘Mijn schoonmoeder zegt altijd: zonder wrijving geen glans. En die spreuk is ook helemaal op mij van toepassing. Ik ben open en draai er niet graag omheen. Mensen moeten me een beetje leren kennen. Dat geldt voor klanten, maar ook voor collega’s. Als je elkaar vertrouwt, durf je ook echte feedback te geven. Ik doe dat op een nuchtere manier, maar wel vrolijke. Vaak denk ik: kom op mensen, het leven is al moeilijk genoeg, laten we er samen iets moois van maken.’