Onderwijsmagazine

Goodbye Pim Hulsman

Wie ben je, wat doe je?
‘Ik ben Pim Hulsman, 63 jaar en sinds vijf jaar directeur van Landstede MBO in Harderwijk,  van de Landschappen  Handel & Commercie, ICT & Technologie, maar ook Bouw & Architectuur. Per 1 september maak ik een carrièreswitch. Ja, ik heb altijd gezegd dat ik soepel richting mijn pensioen wil. Ik blijf actief binnen Landstede Groep, maar dan meer voor projecten. Ik ga ook een dag minder werken, al heb ik nog genoeg energie. Dat raad ik ook collega’s aan: zoek naar balans, want het leven bestaat niet alleen uit werken.

Ik zit nu bijna veertig jaar in het onderwijs, waarvan 31 jaar in directiefuncties. Ik ben als opa enorm gezegend met twaalf kleinkinderen en wil daar meer tijd voor vrijmaken. Als directeur vraagt je job alle aandacht; minder werken is dan geen optie. Ik maak graag langeafstandswandelingen in het buitenland, maar daar kwam ik de laatste jaren bijna niet aan toe. Dat wil ik ook veranderen. Vorig jaar kreeg ik een longembolie, dus ik ervaar aan den lijve dat ’t goed is om een stap terug te doen.’

Hoe was je zelf als leerling?
‘Op de middelbare school ging het moeizaam. Ik was speels en makkelijk afgeleid. Altijd met voetbal bezig. Ik deed twee jaar havo, bleef zitten, moest van school af en haalde daarna met de hakken over de sloot het examen mavo. Mijn vader vond dat ik moest gaan werken. Dus ik heb vier jaar in een bakkerij rondgelopen. Nu zou je zeggen: ik was een drop out.

Uiteindelijk heb ik in de avonduren alsnog de havo gedaan. Loodzwaar, omdat ik in de bakkerij bleef werken. En daarvoor moest ik  heel vroeg op… Ik woonde in Apeldoorn en moest achttien kilometer fietsen naar Deventer om die avondschool te bezoeken. Daarna prikte ik ergens een patatje en dan was ik om 01.00 uur thuis. Ik kwam uit een middenstandsgezin, dus dat aanpakken zat er ook wel in. Niet zeuren, gewoon doen.’

Waarom koos je voor het onderwijs?
‘Na de havo deed ik de pedagogische academie. Die heb ik in 1981 afgerond. Er waren amper banen en ik solliciteerde mij suf. Uiteindelijk kon ik aan de slag bij het vormingswerk in Rotterdam. Randgroepjongeren van 16 tot 21 jaar, met een heel andere mentaliteit. Ik was zelf nog maar 23. Daar heb ik twee pittige jaren gehad, en daar veel geleerd. Ik had een zwak voor die doelgroep, juist ook door mijn eigen schoolcarrière.

Toch wilde ik terug naar het oosten van het land. Ik was ondertussen getrouwd en kon in 1984 terecht bij het vormingswerk in Nunspeet. Qua sfeer was dat het andere uiterste. Ik moest gewoon wennen aan de rustige manier van rijden op de Veluwe. Die stad had natuurlijk veel meer pit en in die beginperiode op school miste ik de dynamiek. Maar uiteindelijk heb ik mijn draai gevonden.  

Na acht jaar als vormingsleider werd ik adjunct-directeur. In 1995 moest het vormingswerk fuseren en na een lange, rommelige tijd sloten we ons aan bij het ROC. Ik kon adjunct-directeur worden bij het middelbaar dienstverlenend gezondheidszorgonderwijs. Een mooie stap, maar ik ben wel een MBA-studie bedrijfskunde gaan volgen. Ik had immers alleen pabo. Daarna werd ik directeur van Landstede MBO Harderwijk. Daar heb ik negen jaar gewerkt, onder meer voor de opleidingen Gezondheidszorg en Welzijn. Maar na een aantal jaar ging‘t bij mij kriebelen.

Toen ben ik gevraagd om in Zwolle ROC Menso Alting (nu mbo Menso Alting Zwolle) op te starten. Echt vanaf nul. Een enorme uitdaging. In recordtempo moesten er folders komen en ik zie mijzelf nog zo staan op die beroepenmarkt. In mijn uppie met een handjevol brochures. In december 2007 hadden we de eerste leerling ingeschreven en in februari pas de tweede. Het open huis viel in het water omdat de school onbereikbaar was door de carnavalsoptocht in Zwolle. Ja, toen begon ik ‘m toch wel te knijpen.

Uiteindelijk zijn we het eerste jaar gestart met 195 leerlingen. Het was beroepsonderwijs vanuit de gereformeerde identiteit en daar was echt vraag naar. Nee, makkelijk was het niet. Het schoolgebouw was aftands en we moesten alles zelf inrichten. Maar achteraf gezien hebben we daar zulke mooie dingen kunnen doen. Ik ben daar nog altijd trots op. Toen ik de school in 2016 verliet, waren er 900 studenten.

Na een reorganisatie kreeg ik de directeursfunctie in Harderwijk toebedeeld. Heel eerlijk: dat was niet mijn eerste keus. Ik heb geen technische achtergrond en dat was soms best lastig. Ik kreeg de taak om het project ‘Samen Verder’ vorm te geven en rust te creëren na een roerige periode. Het was beslist niet op de winkel passen, zullen we maar zeggen. De gebouwen waren gedateerd, dus samen met anderen heb ik direct de huisvesting op de agenda gezet. Zeer recent is het besluit voor nieuwbouw genomen. Na jaren praten komt er nu een onderwijsboulevard.

In Harderwijk trekt de technieksector sterk aan Landstede MBO, dus daar gaat onevenredig veel tijd in zitten. Zeker als je nog zes andere Landschappen hebt. Dat had ik liever anders gezien, maar dat is zo gegroeid. Aan de andere kant klaagt het bedrijfsleven dat de relatie met Landstede MBO beter kan. Dat vraagt de nodige tijd en inzet. Dat voortdurend schipperen in je agenda vond ik wel eens lastig. Maar we hebben in de afgelopen jaren veel relaties kunnen verstevigen. Daarin groeien we nog steeds.’

 

 

Wat hoop je in dit laatste schooljaar nog te bereiken?
‘Op dit moment ben ik met mijn overdracht bezig. Dat vergt tijd. De opvolger is bekend, dus dat praat gemakkelijk. Er zijn meerdere collega’s die mijn taken overnemen, gezien de breedte van mijn taken. Ik denk steeds: de basis is gelegd. En laten we eerlijk zijn: iedereen, dus ook een directeur, is een voorbijganger.

Wat ik op mijn conto schrijf? Tjonge… Met name het agenderen van de nieuwe huisvesting. Maar ook het verbeteren van de relatie met het bedrijfsleven. Samen met Deltion College en het bedrijfsleven hebben we bijvoorbeeld een project rondom robotica binnengehaald. Dan praat je over een paar miljoen euro voor innovatief onderwijs. Dat zijn toch echte stappen voorwaarts. En ik hoop dat er rust is gekomen in de eenheid na roerige jaren.’

Wat kunnen jonge docenten van jou leren?
‘Ik zeg vaak tegen docenten: wat is volgens jou het ‘why’ van het onderwijs? Waarom doen we dit? En dan is het goed om even op het antwoord te kauwen en daarover het gesprek aan te gaan. Heel leerzaam. Ook zeg ik: lees je literatuur en blijf doelen stellen. Denk ook na over wat je over twee maanden wilt bereiken. En koppel dat aan de strategische visie. Wat merkt de student van wat jij doet? Vanuit visie kan je met een klein stapje al verschil maken.’

Waar had je zelf iets meer tijd in willen steken?
‘Ik had de pauzes misschien meer kunnen gebruiken om met collega’s koffie te drinken. Vaak kwam het er niet van. Zestig procent van de tijd ben ik buiten het gebouw en als ik er wel ben, zit ik vooral in overleg. Natuurlijk probeer ik te eten met collega’s en een praatje te maken op de gang, maar veel gelegenheid was er niet. Ik heb indertijd wel ingesteld dat ik elke maand een groepje studenten spreek. Benen op tafel en dan even de diepte in. Zodat je weet wat er speelt.’

Wat ga je missen als je straks afscheid hebt genomen?
‘Ik heb reuring nodig om lekker te functioneren, maar bij Harderwijk-A vond ik het soms wel iets té veel dynamiek, als ik eerlijk ben. Dus daarin voelt het wat dubbel. Als directeur ga je een verbintenis aan voor meerdere jaren en probeer je langere tijd te bouwen. Straks ga ik meer interim werk verzorgen binnen Landstede Groep, dus de horizon wordt korter. Maar geen probleem: ik vind mijn weg wel.’

Welke hobby of passie komt jou als directeur goed van pas?
‘Hardlopen is mijn hobby. Het geeft balans tussen werk en privé en die is gruwelijk belangrijk. Ik volg graag de Benedictijnse leefregel: doe de dingen met aandacht. Dus in een pauze niet op je mobiel de mail afwerken, maar even die focus op het contact. In het huidige onderwijs is het lastiger om dat evenwicht te vinden: veel prikkels en deadlines. Maar dan denk ik opnieuw: stop, even terug naar het ‘why’. Waarom doen we dit?

Wat zou je schrijven in een brief aan de minister van onderwijs?
‘Ja, da’s een mooie… Even heel kort door de bocht: schaf veel subsidies af en geef het onderwijs de echte vrijheid terug. In de zin van: je wordt goed bekostigd en krijgt maximale vrijheid om met goed onderwijs gevalideerde resultaten te boeken. Want je hebt een objectief kwaliteitsstempel nodig, maar liever niet zoals het nu is geregeld. Geen losse subsidies en een overdosis aan registraties, maar vrijheid. Dan kan je écht binnen de organisatie de kwaliteit naar boven halen.’

Wat vind je prettig aan deze coronaperiode?
‘Nou nee, prettig is het niet. Elke crisis is een verstoring van de gewone orde en geeft juist een ongewenst gevoel. Tegelijkertijd zien we nu wel scherper waar de kansen liggen. De digitale toepassingen geven ruimte aan het meer Gepersonaliseerd Leren. Als je door die oogharen heen kijkt, zie je allerlei mogelijkheden. Het digitaal onderwijs onderstreept ook dat we niet zonder het echte contact kunnen. Dus met een combinatie van beiden kunnen we verder komen.’

Wat is je lijfspreuk?
‘Ik heb een tegeltje op mijn werkkamer: Na stap 1 komt stap 1. Die regel heb ik overgehouden van een training en ik vind ‘m geweldig. Want we hebben de neiging om maar door te jagen, terwijl dat tekort doet aan onze visie. Je kunt niet in een keer het pad afleggen. Elke stap is er een. Het heeft ook geen zin om na stap 1 al bezorgd te zijn over stap 10. Daarin mag je je ook laten verrassen. Uiteindelijk heb je alleen controle over je focus: wat wil ik bereiken? Dat vind ik een mooie gedachte.’