Onderwijsmagazine

Hello: Leonie Schulenburg

Wie ben je, wat doe je?
‘Ik ben Leonie, 37 jaar oud en ik werk als docent bij de afdeling Onderwijs en Opvoeding in Raalte. Ik ben getrouwd en heb een dochter van 8 en een zoon van 6. We wonen in Nijverdal, waar ik vaak het bos in ga om hard te lopen. In de natuur laad ik helemaal op. Of ik rijd naar de sportschool voor een uurtje kickboksen. Even lekker uitleven op zo’n stevige bokszak. Daar krijg ik veel energie van. Hahaha. Ja, voor mij werkt dat uitstekend.

Ik ben in maart dit jaar bij Landstede MBO begonnen en geef verschillende vakken, allemaal gerelateerd aan jeugdhulpverlening. Acht jaar heb ik bij Bureau Jeugdzorg gewerkt en daarna nog vijf jaar bij de gemeente Hardenberg – als procesregisseur in het sociaal wijkteam. Daar zat ik meer in de aansturing. Afspraken maken met politie, Veilig Thuis. Genoeg ellende gezien, maar ook nare situaties die ten positieve keerden. Dus dat geef ik graag mee aan mijn studenten.

Ik heb geleerd om te luisteren en door te vragen. Maar ook om goed te observeren. Ik schrik niet van boze mensen. Meestal zit daar angst en verdriet onder. Als je open in gesprek gaat, kom je vaak wel bij die kern uit. Ook al los je niet alles op. Vooral de schrijnende situaties met kinderen vond ik zwaar. In het weekend zat ik weleens thuis te piekeren: is het nu wel veilig voor hem of haar? Toen ik bij Landstede MBO begon, viel een last van mijn schouders. Blijkbaar had ik al die jaren onbewust veel verantwoordelijkheid op mij genomen.’

Hoe was je zelf als leerling?
‘Op de basisschool was ik best verlegen en rustig. Op de mavo kwam ik iets meer los. Vervolgens heb ik Sociaal Pedagogisch Werk gedaan, niveau 4. Vooral gericht op woonbegeleiding. Ik ben altijd leergierig geweest en zet graag door. Onderzoekend ook. Zo van: wat zit daarachter? Tijdens een stage in de gehandicaptenzorg besloot ik toch om er nog een hbo-opleiding achteraan te doen. Maar ik wilde ook op mezelf wonen. Opeens kwam er veel bij elkaar. Ik deed een dag per week Sociaal Pedagogische Hulpverlening bij Windesheim en was daarnaast nog dertig uur aan het werk. Pittig. Maar na drie jaar was het diploma binnen en kon ik solliciteren bij de jeugdhulpverlening.’

Waarom koos je voor het onderwijs?
‘Bij het sociaal wijkteam leerde ik veel, maar ik vond het politieke ritme niet prettig. Elke vier jaar waait er weer een andere wind. Niets voor mij. Soms mocht ik gastlessen verzorgen bij Windesheim. Vertellen over mijn werk. Zo kwam ik in aanraking met onderwijs. Hbo is niet mijn ding; sta je daar in zo’n grote collegezaal... Nee. Ik ben meer een doener. Toen ik de vacature bij Landstede MBO in Raalte zag, was ik gelijk verkocht. Alles zo sprankelend en enthousiast. Ja, top.

Binnen de jeugdhulpverlening gaat het veel formeler. Je blijft op afstand. Op school is dat directe contact juist allesbepalend. Veel studenten zijn écht gemotiveerd en al heel volwassen. Ik neem ze serieus, maar probeer hier en daar wel te prikkelen. Ik heb al een diploma, zeg ik vaak. Je hoeft het niet voor mij te doen hè. Ik ga met plezier naar mijn werk en dat breng je dan ook over, hoop ik.’

Wat is ervoor nodig om dit eerste jaar te laten slagen?
‘Ik wil tijd om te groeien en uiteraard het Pedagogisch Didactisch Getuigschrift halen. De opstart was pittig, maar leerzaam. Ik was net twee weken bezig en moest al met de snufferd voor de camera. Al die studenten die ik niet kende… En ze hadden ook nog de camera’s uit. Ze zagen mij wel, maar ik hen niet. Ik hoorde alleen hun stemmen die ik niet uit elkaar kon houden. In Nijverdal kwam ik jongeren tegen die driftig zwaaiden. Ik dacht: heb ik jou soms ook in de klas? Hahaha.’

Wat wil je dolgraag leren van ervaren docenten?
‘Toetsen nakijken is nieuw voor mij en kost nog wel tijd. Meestal schrijf ik ook iets in de kantlijn. Zo van: wauw, goed verwoord! Of: ik word hier heel blij van! Ze hebben er veel aandacht aan besteed, dus dat vraagt ook iets van mij. Het verstevigt ook de relatie, merk ik. Ze sturen soms een chatbericht omdat ze veel moeten lezen voor een toets. Dikke stress! Dan stuur ik iets terug, om ze gerust te stellen.

Ik zeg vaak tegen collega’s: ik ben nieuw hier, ik wil veel leren, laat mij even meekijken. Ook richting studenten ga ik niet suggereren dat ik het allemaal al weet. Ik houd de uitleg kort, zodat we snel samen aan de slag kunnen. De echte didactische vaardigheden moet ik nog wat ontwikkelen. Het gaat nu vooral op gevoel, maar het loopt lekker. Ik vertel veel over de praktijk en dat waarderen ze.’

Wat kunnen ervaren docenten misschien van jou afkijken?
‘Het klassenmanagement ligt mij goed. Ik ben niet snel onder de indruk van rumoer of een student die boos wordt. Lastig gedrag is soms vervelend, maar hoort er ook bij. Als het hoog oploopt, stel ik een korte pauze in. Even praten en nieuwe afspraken maken. Ik straal dat – denk ik - wel uit: tot hier en niet verder. Dat heb ik door de jaren heen wel geleerd. Hetzelfde geldt voor groepsdynamiek: ik zie snel wie de gangmaker is die je even moet corrigeren. Dan volgt de rest vanzelf.’

Wat doe je allemaal om ‘een beetje fris’ te blijven?
‘Dat sporten is wel belangrijk, maar ook uitjes met man en kinderen. Ik kan het weekend ook heerlijk series kijken op Netflix. Even niets. En op vakantie gaan natuurlijk… Nou ja, de normale afleiding die iedereen wel kent. Ook probeer ik zo gezond mogelijk te eten.’

Welke hobby of passie komt jou als docent goed van pas?
‘Ik doe aan kickboksen en dan leer je positie in te nemen. Maar ook in mijn tijd bij jeugdzorg heb ik geleerd respect af te dwingen. Daar groei je dan in door. Ik geloof sterk in veerkracht van mensen. Bij kinderen en jongeren zie ik dat ook: je bent sterker dan je denkt. Maar je moet wel zelf willen. Echt gemotiveerd zijn. Als ik dat merk, word ik direct enthousiast: kom op, we gaan ervoor!

Wat zou je schrijven in een brief aan de minister van onderwijs?
‘Iets in de sfeer van: wees trots op mbo-studenten en kijk ook naar wat er allemaal goed gaat binnen het onderwijs. Ik vind dat te veel nadruk is gelegd op hbo en universiteit. Terwijl mbo’s de samenleving in de benen houden. Bouw, welzijn, techniek, zorg – noem maar op. Studenten hebben lang gedacht: ik móet en zal naar het hbo. Alsof je anders niet meetelt. Onzin. We moeten zuinig en trots zijn op onze mbo’ers.’

Wat vind je prettig aan deze coronaperiode?
‘Ik was nieuw binnen ons team, maar je leert elkaar door zo’n crisis snel kennen. Iedereen bood ook hulp aan. We doen het samen, we komen hier samen uit. Heel warm. Ik zat thuis met twee kleine kinderen en moest opeens online lessen verzorgen. Help! En ik laat mij echt niet zo snel van mijn stuk brengen, maar die saamhorigheid heeft mij enorm geholpen.’

Wat is je lijfspreuk?
‘Sorry, maar ik heb zo’n hekel aan tegeltjeswijsheden. Zo nietszeggend. Dan hangt er aan de muur: Je leeft maar een keer. Ja, okay. Maar wat zegt dat over jou? Toch kwam ik deze week nog iets moois tegen. Ik las: “Wees gepassioneerd, wees spontaan en verander de wereld”. Dat past bij mij. Ik krijg energie als ik anderen mag helpen. Of het nou een student is of de buurvrouw; je kan áltijd iets voor een ander betekenen.’