Onderwijsmagazine

Goodbye Tineke Ernst, docent Sociaal Werk

Wie ben je, wat doe je?
‘Ik ben Tineke Ernst, geboren in Friesland en 38 jaar oud. Tot voor kort werkte ik als docent bij de opleiding Sociaal Werk van Landstede MBO in Zwolle. Daarnaast zat ik in een ontwerpteam van het innovatiecluster Kind en Educatie. Sinds 1 december ben ik uit dienst. Ik ben voor mijzelf begonnen, onder meer als coach en begeleider van organisaties.

Ik ben getrouwd, we hebben drie kinderen. De jongste is inmiddels vier. Ik lees en dans veel. Ook ben ik graag buiten; vijf jaar geleden verhuisden we van Zwolle naar Hattem, precies op de grens van stad en platteland. Gewoon op de fiets naar school in Zwolle, maar met de Veluwe als achtertuin. Ja, geweldig. Als ik druk ben, ga ik wandelen. Weer of geen weer – dan trek ik mijn jas aan en kan ik echt even relaxen. We hebben nu een flinke tuin. Eerst dacht ik nog: ga ik dat nou écht leuk vinden? Maar het is genieten. Ook voor de kinderen trouwens. Die kunnen er voetballen en heerlijk experimenteren.’

Hoe was je zelf als leerling?
‘Leergierig, kritisch en nieuwsgierig. Maar ook wel speels en vaak met andere dingen bezig. Op de middelbare school maakte ik het net iets te gezellig. Ik moest tien kilometer fietsen en kwam onderweg van alles tegen. Mijn ouders zijn ook wel op school geweest voor een pittig gesprek over mij.

Toch was er vertrouwen in mij, dat voelde ik wel. Ik deed nooit mee aan pestgedrag of iets dergelijks. De school was klein en je had goed contact met iedereen. Ik stelde graag moeilijke vragen en zette docenten soms aan het nadenken. Ja, vaak wilde ik meer weten over het hoe en waarom. Dat zat er al jong in.’

Waarom koos je voor het onderwijs?
‘Ik heb eerst de opleiding maatschappelijke dienstverlening gedaan. Daarna bekeek ik vacatures, maar daar werd ik niet blij van. Ik was jong en zag een serieuze baan nog niet zitten. Ik wilde de wereld verkennen, dus ben een half jaar gaan reizen met mijn vriend. Toen we terugkwamen, gingen we samenwonen. Ik wilde wel graag verder leren en ben de lerarenopleiding gaan doen. Zo kon ik direct bij Landstede MBO beginnen waar ik – inclusief mijn stagetijd - vijftien jaar heb gewerkt.

Een paar jaar geleden ben ik opnieuw gaan studeren; ditmaal Begeleidingskunde. Ik deed de master Human & Organizational Behavior in Nijmegen, die ik vorig jaar in februari heb afgerond. Wat ik al die jaren in de praktijk had ervaren, zag ik opeens vertaald in theorie. Dat prikkelde mij enorm. Ik wilde iets doen met die nieuwe inzichten. Dankzij die studie kon ik dat gevoel ook beter onder woorden brengen.

Veel organisaties opereren vanuit angst en leggen de focus op macht en controle. Daardoor staat niet de mens, maar het product centraal en komen medewerkers slechts ten dele tot bloei. Juist als je mensen ruimte geeft om meer zelf na te denken, dingen te doen, over iets te beslissen en daarna te bezinnen, zijn zij meer van betekenis. Zo versterk je hun professionele identiteit. Ik geloof in de omslag naar een lerende organisatie, waar meer aandacht is voor de context in plaats van incidenten. Dat vraagt om dialoog, maar ook om vertrouwen in elkaar. 

Hoe leuk ik mijn baan als docent ook vind; ik wilde graag ook verder kijken. Dus in augustus heb ik mij ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en ben ik een eigen onderneming gestart. Ik geef professionals en organisaties advies en begeleiding en doe ook onderzoek. Daarnaast blijf ik actief als supervisor en coach binnen het onderwijs, maar dan voor alle niveaus. Dus ook het primair onderwijs, bijvoorbeeld.’

Wat hoopte je in dit laatste schooljaar nog te bereiken?
‘In die laatste weken kwam het vooral aan op zaken goed afronden. Nu ik ben gestopt, heb ik de tijd om mijn bedrijf op te bouwen. Ja, ik voel urgentie: nu komt het op mij aan. Ik ervaar het vooral ook positief hoor, want als zelfstandige mag je de voorwaarden grotendeels zelf bepalen. In de praktijk valt dat misschien tegen, dat ga ik vanzelf meemaken. Maar ik vind die vrijheid echt prettig.’

Wat kunnen jonge docenten van jou leren?
‘Ik durf dingen op mijn eigen manier te doen. Tegen jonge collega’s, maar ook zij-instromers zou ik zeggen: laat die eerste drie maanden op school van je horen. Want in die periode ben je nog niet meegezogen in de cultuur. Die frisse blik is van grote waarde. Schrijf op wat je ervaart en meemaakt, en deel dat ook met collega’s.’

Waar had je zelf iets meer tijd in willen steken?
‘Plezier maken met elkaar. Er zijn genoeg dingen waarvan ik heb genoten, maar het kan altijd nog gezelliger.’

Wat ga je missen?
‘De mensen. Elk jaar leerde je weer nieuwe studenten kennen. Ik leerde ook van hen. Hoe doe jij dit of dat? Zo bleef ik zelf ook leerling. En het V.I.P. event van Landstede MBO ga ik missen. Ik koos altijd zorgvuldig uit waar ik naartoe ging en vond het fijn om nieuwe kennis op te doen. Het afscheid voelt wel wat dubbel. Het vertrouwde loslaten is een stap. Ook financieel trouwens; in loondienst weet je dat het met het vakantiegeld wel goed zit. Nu moet ik ’t zelf regelen. Hahaha.’

Welke hobby of passie komt jou als docent goed van pas?
‘Ik haal inspiratie uit reizen. Door corona ligt dat nu wat ingewikkeld, maar ik heb veel landen bezocht. Als je een paar dagen achter elkaar op dezelfde plek verblijft, ga je patronen herkennen. Aah, in die winkel halen de locals hun spullen… Ik probeer altijd een praatje te maken. Of ik nou op een brug in Laos sta, op een camping in de Belgische Ardennen of hier in Hattem; ik wil mensen ontmoeten.’

Wat zou je schrijven in een brief aan de minister van onderwijs?
‘Een cultuuromslag vraagt om sterke leiders. Ik wil dat proces in mijn nieuwe werk ondersteunen en begeleiden. Juist binnen het onderwijs is die verandering nodig. Minder bureaucratie, minder vanuit angst en controle en veel meer opereren vanuit eigenaarschap en vertrouwen. Het ministerie kan daarin een aanzet geven, want zo’n omslag gaat niet vanzelf. Eigenlijk begint het al bij de controlerende houding van onze Onderwijsinspectie. Die werkwijze sijpelt door het hele onderwijs heen.  

Toch geloof ik niet in een big bang-achtige aanpak. Zo van: patsboem, vanaf nu doen we het anders. Dan creëer je onveiligheid en schieten mensen in de stress. Ik denk dat een verandering altijd begint bij jezelf goed kennen en je realiseren dat je onderdeel bent van het probleem én de oplossing.’

Wat vind je prettig aan deze coronaperiode?
‘Ik was veel thuis en meer op mijzelf teruggeworpen. Daardoor kon ik gemakkelijker een keuze maken en die nieuwe stap zetten. Eind februari was ik klaar met mijn studie. Er kwam ruimte in de agenda. Ik dacht: wat gaan we doen? Nog geen drie weken later zaten we al middenin het thuisonderwijs en dat voelde niet als in mijn kracht staan. Ik heb er goed over nagedacht en toen – in alle rust – de knoop doorgehakt.’

Wat is je lijfspreuk?
‘Dat brengt mij bij het lied ‘Mens durf te leven’. Het is al uit 1917, op een tekst van Dirk Witte. Ik kies voor de moderne versie van Wende Snijders, want zij is zo’n geweldige zangeres. Ze zingt vanuit haar hele zijn. Elke noot voel ik met haar mee. Ja, durven en doen: het vraagt iets van je. Ook nu, rondom zo’n afscheid. Toch overheerst het plezier, omdat ik weet waar ik het allemaal voor doe. Ik heb zin in de toekomst. Dus samengevat komt mijn lijfspreuk neer op: leef!