Onderwijsmagazine

Hello Sharona Nijzink, docent Verpleegkunde

Wie ben je, wat doe je?
‘Ik ben Sharona Nijzink, 27 jaar oud en ik werk sinds drie jaar als docent Verpleegkunde bij Landstede MBO in Zwolle. Ik kom uit Ommen, maar woon nu met mijn vriend in Zwolle. In mijn vrije tijd sport en dans ik veel. Ook spreek ik graag af met vriendinnen. En ik heb veel gereisd, maar dat is in deze coronatijd allemaal veranderd.

Ik ben enorm creatief en heb een brede interesse. Mijn voldoening haal ik vooral uit afwisseling. Dat is ook mijn valkuil, merk ik. Op termijn wil ik mij meer gaan focussen. Ik geef mijzelf tijd om te ontdekken wat ik het leukste vind om te doen.

Drie dagen per week werk ik bij Landstede MBO. Ik geef les en heb communicatie & marketing als extra taak. Ik denk bijvoorbeeld mee over een open huis en kijkdagen. Daarnaast werk ik voor uitgeverij Thieme Meulenhoff; ik schrijf lesprogramma’s die ook bij ons op school worden aangeboden. Boeken over verpleegtechnische handelingen en medicijnen, bijvoorbeeld, waarvoor ik onder meer voorbeelden uit de praktijk beschrijf.

Daarnaast heb ik ook nog een Instagram-account waar ik zelfgemaakte kraamartikelen laat zien - die ik nu ook verkoop. Het is nooit mijn doel geweest om het commercieel te maken, maar door mond-tot-mond reclame krijg ik steeds meer vraag. Dus ja. Misschien is het tijd voor een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een website…’

Hoe was je zelf als leerling?
‘Sociaal en ook leergierig. Ik stelde veel vragen tijdens de les. Ik begon op het vwo en vond het gewoon leuk om naar school te gaan. Ik zorgde dat alles netjes af was, haalde goede cijfers en voelde mij verantwoordelijk. Maar ja, daardoor vroeg ik te veel van mijzelf. Uiteindelijk ben ik afgestroomd naar havo, waar ik op een ontspannen manier mijn diploma kon halen. Achteraf gezien een goede keuze.

Ik ben een doener en hoefde indertijd niet zo nodig naar de universiteit. Hbo was ook prima. En ik werk graag met mensen, dus ik heb gekozen voor de opleiding hbo-v.  Ik kon daar echt mijn ei in kwijt; ik kreeg lekker veel praktijk, maar was toch theoretisch onderlegd. Ik heb nooit spijt gehad van die route.

Ik had wel de neiging om de kat uit de boom te kijken. Eerst analyseren, pas daarna handelen. Tijdens een stage zei een begeleider: als je zo doorgaat, ga je het niet halen. Ik schrok, want ik was juist zo lekker bezig. En het deed geen recht aan mijn inzet. Dus ik heb die reactie altijd onthouden als een voorbeeld van hoe het níet moet.’

Waarom koos je voor het onderwijs?
‘Na de opleiding hbo-v werkte ik bij een huis voor chronische zieke kinderen, maar ik kreeg al snel de behoefte om verder te studeren. Ik wilde mij nog meer verdiepen in de gedachtegang van kinderen en jongeren. Dus het werd een master Orthopedagogiek over gedrag en psychologie. Met vragen als: hoe verleen je zorg aan kinderen en jongeren? Of: hoe ga je om met specifiek gedrag?

Ik hield mijn baan wel aan, maar stopte toen ik een masterstage liep in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Na mijn stage ben ik in een ziekenhuis gaan werken, maar de combinatie van studeren en onregelmatige diensten in de zorg was niet prettig. Dus toen de vacature bij Landstede MBO voorbij kwam, zag ik dat als een enorme kans en tot mijn grote verrassing kreeg ik die baan! Ik moest alleen mijn onderwijsbevoegdheid nog halen. Ik geef nu verschillende vakken. Van medisch rekenen tot EHBO. Daarnaast ben ik coach van vier klassen.’

 

Wat is ervoor nodig om dit eerste jaar te laten slagen?
‘Het is niet mijn eerste jaar, maar ik zit wel in de beginfase. Het kost zeker drie jaar om je draai te vinden. Ik vond de werksfeer vanaf de eerste dag al heel prettig. Ik heb inspirerende collega’s die graag vooruit kijken. Ik kan en mag hier groeien, zo ervaar ik dat.

Humor vind ik belangrijk. Soms maken studenten een opmerking en dan kaats ik die meteen terug. Komen ze met patat mijn les binnen en zeggen ze laconiek: o ja, dat hadden we nog even besteld mevrouw. Ik zeg: stel nou dat ik het niet goed vind, wat dan? Nou ja, dan krijg je een mooi gesprek over wat je van elkaar verwacht. Ik benoem eerlijk wat ik zie, want dan kan je prima op situaties inspelen.’

Wat wil je dolgraag leren van ervaren docenten?
‘Ik was sterk productgericht. Opdrachten, verslagen, presentaties, toetsen: alles om punten te scoren. Maar bij het mbo zijn we vooral ontwikkelingsgericht. Dus ik heb daarin bijgeleerd. Ik probeer studenten zoveel mogelijk te stimuleren. Ik blijf wel kritisch hoor: als het voor de helft af is, is het gewoon niet goed genoeg. Maar ik laat het strakke stramien wel steeds vaker los. Meer proces, minder product.’

Wat kunnen zij misschien van jou afkijken?
‘Misschien toch die frisse blik? Ik ben gek op nieuwe werkvormen. Zo’n app als Mentimeter, bijvoorbeeld. Daar kan je ook tijdens de les van alles mee ranken en toetsen. Zoiets gooi ik er graag in. Maar ik deel het ook met collega’s. Voor goede ideeën ligt in de teamkamer een werkvormenmap.

Ik word niet snel boos in de klas en geef vooral opbouwende feedback. Dat krijg ik ook terug van collega’s. Zo van: bij jou voelt het nooit alsof ze iets fout doen, maar vooral dat ze op de goeie weg zitten… Ik vraag vaak even: mag ik feedback geven? Dat vinden studenten prettig. En wat ik al zei: een grapje op zijn tijd geeft ontspanning. Een goeie sfeer is enorm belangrijk bij het leren.’

Wat doe je allemaal om ‘een beetje fris’ te blijven?
‘Ik maak dankbaar gebruik van het scholingsbudget. Ik heb bijvoorbeeld een congres bijgewoond met Erik Scherder, die bekende neuropsycholoog. Dat ging over welbevinden. Over hoe kwetsbaar je brein is, ook als het gaat om geluk ervaren. Ik zoek actief naar die nieuwe inzichten.’

Welke hobby of passie komt jou als docent goed van pas?
‘Dat is toch mijn creativiteit. Vlak voor de zomer hadden we een terugkomdag, vooral om bij te praten over de coronatijd. Ik had voor iedereen kralen meegenomen. Op school lag nog lint en toen hebben we een gelukspoppetje gemaakt. Een sleutelhanger, ter herinnering aan die fase. Ik deelde de foto op Instagram en kreeg veel enthousiaste reacties.’

Wat zou je schrijven in een brief aan de minister van onderwijs?
‘Het enige waar ik tegenaan loop is het tempo van verandering. Een goed idee moet langs zoveel schijven voordat het wordt opgepakt. Ik zou sneller naar de kern willen. Ik hoor net iets te vaak: ja, maar dat kan niet, want we doen het al járen zo… De meeste onderwijsorganisaties zijn te groot. Je krijgt eilandjes en iedereen wil meebeslissen. Dat helpt niet bij vernieuwing. Ik geloof meer in de kracht van kleinere organisaties.’

Wat vind je prettig aan deze coronaperiode?
‘Het digitaal onderwijs zit in een stroomversnelling. De situatie dwingt ons en er is geen excuus mogelijk: je móet online om onderwijs te kunnen bieden. Het virus is verschrikkelijk, maar deze digitale tijd geeft veel nieuwe mogelijkheden. Een aspect waar ik wel blij van word …’

Wat is je lijfspreuk?
De aanhouder wint. Want je motivatie bepaalt voor een belangrijk deel of iets lukt. Ik heb in de afgelopen jaren veel bijgeleerd en durf meer op mijn gevoel te vertrouwen. Ik ben milder naar mezelf en bewaak beter mijn grenzen. Je hoeft niet precies te weten waar het naartoe gaat. Als je maar wel gelooft in jezelf, want je bent veerkrachtiger dan je denkt.’