Onderwijsmagazine

Column: Iedereen zit in hetzelfde schuitje

 

 

 

 

Column: Iedereen zit in hetzelfde schuitje

Hand omhoog als je het je nog kunt herinneren: het moment het kwartje viel en je je opeens realiseerde dat de zomervakantie niet de finishlijn van deze crisis is. Dat de onderwijs-wetmatigheid van ‘okee, heel even nog, even sterk nu, nog één dot gas geven, we gaan ervoor, nog zes weken, nog vijf, nog vier… vakantie in zicht’ op virussen niet van toepassing is. Dat we, voor de zoveelste keer, moesten omschakelen. Van standje ‘huisbrand’ naar ‘veenbrand’, van het ‘nieuwe absurd’ naar het ‘absurde normaal’.

Studenten en collega’s lijken het allemaal gedwee te ondergaan. “Okee, weer aanpassen, doen we even. Is het al bijna vakantie?” Je zou bijna vergeten hoe bijzonder het is wat er in drie maanden tijd is bereikt. Hoe corona in één week voor elkaar kreeg wat allerlei innovatie-clubjes maar moeilijk in beweging kregen: afstandsonderwijs, communiceren in Teams en flexibel inspelen op de mogelijkheden en onmogelijkheden van studenten.

Want wat zijn we er goed in! Natuurlijk zijn er moeilijke of verdrietige gevallen bij zowel studenten als collega’s, maar alles samengenomen, onder aan de streep, overheerst bij mij na drie maanden corona-crisis vooral een gevoel van trots, kracht en enthousiasme. Vermoeid, natuurlijk, maar ik kijk terug op een periode waarin we met de riemen die we hadden met het hele team een monstertocht hebben geroeid. Met de studenten in de meeste gevallen niet suf dobberend achter de boot aan, maar actief meeroeiend, soms zelfs met luide koerssuggesties.

Waarom werkt dat zo goed, in elk geval voor de meeste van mijn studenten? Zou het zijn omdat we – om maar even in dezelfde beeldspraak te blijven – allemaal in hetzelfde schuitje zitten, opeens met een gedeeld lot en een gedeeld doel? Het is natuurlijk zo, maar ik vind dat ook een pijnlijke conclusie: horen we niet altijd in hetzelfde schuitje te zitten, crisis of niet?

Corona maakte voor iedereen de lei weer even schoon – ook voor mij. Noodgedwongen leer ik als docent elke dag bij en ook tussen collega’s gaat het opeens veel minder over regeltjes en tabellen, maar steeds over didactiek en pedagogiek. Over wat de kern van je onderwijs is. Voor het oog van de studenten ontwikkelden docenten zich – van ‘ik moet even kijken hoe mijn webcam werkt’ tot energizers die iedereen kan doen in zijn eigen woonkamer. Nooit eerder waren we zo zichtbaar een lerende organisatie voor het oog van de doelgroep. En die reageert – de uitzonderingen daargelaten – begrijpend, meelevend en vooral : pro-actief. Vanuit de veiligheid van zijn eigen leefomgeving actief vragend om feedback, begeleiding of een korte uitleg.

Toevallig past dat bij mijn vak, dat voor een belangrijk deel prima op afstand kan. Ik weet niet of ik zo positief zou zijn geweest als ik docent metselen zou zijn. En ja: ook in mijn lessen logden studenten onverwacht uit, kwamen ze de les in vanuit bed of een jacuzzi en moesten we in het begin duidelijk maken dat roken ook in een virtueel klaslokaal niet kan. Maar ik heb in elk geval een belangrijke les geleerd: drie maanden lang geen enkele student op school was volkomen absurd. Maar aan de andere kant van dezelfde medaille: verplicht elke dag van negen tot vier op school zijn is dat volgens mij ook.